3. feb, 2014

3 februari 2014

Waar zal ik beginnen? Waar ik de vorige keer geeindigd ben, maar. Ik hoopte goed nieuws te kunnen brengen, maar helaas.... Na ieder sprankje hoop volgt opnieuw een teleurstelling en de angst wordt steeds groter. Wat is er toch met ons kleine mannetje aan de hand? Het eerste sprankje hoop kreeg ik zaterdag ochtend. Ik werd gebeld door Mark zijn mobiel. Het was Kay! Zo blij om zijn stemmetje te horen! Hij heeft in dat gesprekje meer woorden gezegd dan in de hele week daarvoor bij elkaar opgeteld. Later hoorde ik van Mark dat hij vroeg in de ochtend nog wel 39,4-40,2 had gehad. Tsjonge! Laat die koorts nou toch weg gaan. Zondag hoorde ik dat zijn ontstekingswaarden waren gedaald, dat was ook een fijn lichtpuntje. Maar vandaag.....juist; de grond in geboord, want ze zijn weer gestegen. Zijn Hb was 4,5 dus een bloedtransfusie werd geregeld. Zijn witte bloedcellen lijken een klein beetje uit het dal te klimmen, heeeeel langzaam, maar dat betekent dat hij, als het goed is, over een paar dagen uit aplasie is. Dan kan dat kleine sterke lijfje wat alles maar doorstaat weer mee kan vechten om te herstellen. Maar wat is hij ziek, zeg. Hij blijft maar koorts houden, hij blijft maar spugen en diarree houden. De nachten zijn zo onrustig, hij is zo moe. Vorige week waren zijn hartslag en ademhaling nog rustig bij de hoge koorts, maar sinds het weekend zijn ze torenhoog. Na de paracetamol wordt het iets minder, maar nog steeds te hoog voor zijn doen. Zijn bloeddruk bleef tot vandaag ook goed. Maar vanmorgen zat hij veel te laag. Daar schrikken de artsen altijd van, dat is slecht nieuws. Kay kreeg een vulling (een behoorlijke hoeveelheid vocht in een half uur toegediend, om de bloedvaten te "vullen") en z'n bloeddruk was heel even weer acceptabel, maar daarna werd het toch weer te laag. Meteen werden de artsen van de IC gevraagd mee te kijken en te beoordelen. Eerst vonden ook zij het nog wel acceptabel, maar in de loop van de dag bleek toch dat hij te veel schommelde. Dan kan je wachten tot het echt slecht gaat en hem dan met spoed naar de IC brengen, maar je kan het ook proberen te voorkomen. Uiteraard en gelukkig is voor dit laatste gekozen. Kay ligt nu dus op de IC en krijgt medicijnen om zijn bloeddruk op pijl te houden en wat zuurstof om hem comfortabeler te krijgen. Tussen alle bedrijven door kwam de dienstdoende oncoloog ook nog even slecht nieuws brengen. Uit een van de laatste bloedkweken is gebleken dat Kay ook een schimmel in zijn bloed heeft. En daarvan is zeker dat het in de PAC blijft "hangen". Met andere woorden; de PAC moet er toch uit. Heel even had ik de neiging om te zeggen: "Ik zei het toch?", maar dat is niet eerlijk natuurlijk. Op gevoel wordt niet af gegaan, alleen op feiten. En dat mijn gevoel en de feiten vaak behoorlijk synchroom lopen maakt ook niks uit. Afijn, behoorlijk balen natuurlijk, maar ik ben toch ook wel opgelucht. Het is nu duidelijk waarom Kay zo ziek is en niet opknapt. Op het moment dat ik dit blog schrijf is Kay op de operatiekamer. Zijn PAC wordt verwijderd. Hij krijgt een lange (lies)lijn voor alle medicatie die hij nog heeft en had op de IC al 2 infuzen gekregen. Dat kleine lijfje zit weer vol slangetjes. Vanavond komt daar ook nog de beademingsbuis bij. Het is namelijk nogal een obstakel dat Kay al die virussen onder de leden heeft. Ik zit me gek te duimen dat hij goed zelfstandig kan ademhalen als ze de beademingsbuis eruit halen. Dat wordt zowiezo pas morgen ochtend. Ze willen dat niet 's avonds gaan "uitproberen". Ook wordt er een onderzoek gedaan (wat alleen maar kan met een beademingsbuis) naar wat voor "beesten" hij in zijn longen heeft. Er wordt dan via de beademingsbuis wat slijm uit zijn longen opgezogen. Laat het geluk dan vanaf nu met ons zijn! Dat hij zonder problemen van de beademing kan en dat hij door de medicijnen en doordat zijn eigen cellen weer opkomen snel opknapt!                                                                                        En Kay? Die heeft gelukkig zo af en toe nog praatjes, houdt alles goed in de gaten en kan precies aangeven wat hij wel en niet wil. En waar ik zo verschrikkelijk trots op ben; als hij weet wat er gaat gebeuren zegt hij oke en werkt dan uitstekend mee. Hij heeft alweer menig arts en verpleegkundige verbaasd doen staan. Zoals de dienstdoende oncoloog van het weekend zei: wat is het toch een brave baas! 🙂